→ journal

Design of user space, read our personal reflection for the new Handboek Projectontwikkeling




Sander Bos en Hans Erdmann leverde een bijdrage aan het geheel gewijzigde en geactualiseerde Handboek Projectontwikkeling van de Neprom. Het boek laat (toekomstige) professionals op enthousiasmerende en toegankelijke wijze kennisnemen van de essentie van dit vakgebied en van de methoden en tools die tot succesvolle projecten leiden.

Hans en Sander schreven een hoofdstuk over het ontwerp van gebruiksruimte waarin de rol van de interieurarchitect in het vastgoedontwikkelingsproces centraal staat. Het hoofdstuk bestaande uit drie paragrafen beschrijft in de eerste paragraaf het vak van interieurarchitectuur en het toepassingsgebied en licht de wetenschappelijke achtergrond in de omgevingspsychologie toe. Aansluitend komen in paragraaf twee de werkzaamheden en rollen van de interieurarchitect aan bod. Afsluitend wordt in paragraaf drie het belang van de interieurarchitectuur voor de projectontwikkelaar duidelijk gemaakt. Lees onderstaand het hoofdstuk.

Ontwerp van gebruiksruimte

De interieurarchitect is de ontwerper van gebruiksruimte en daarmee in de projectontwikkeling de intermediair tussen gebouw, gebruik en inrichting. Gebruiksruimtes worden door verschillende disciplines ontworpen. Traditioneel is dit het domein van de architect en interieurarchitect. Ook projectinrichters en interieurstylisten houden zich hiermee bezig. De verschillen voeren terug op de benaderingswijze. Een architect benadert gebruiksruimte vanuit de vormgeving van het gebouw als geheel en de inpassing in de omgeving. Een interieurarchitect kijkt naar de gebruiksruimte vanuit de (toekomstige) functie, van binnenuit. Projectinrichters en interieurstylisten redeneren weliswaar ook vanuit de (toekomstige) functie, maar voor deze disciplines is de ruimte veelal een gegeven. Zij passen deze niet structureel aan, maar 'kleden' deze aan. Ze werken hiervoor veelal met bestaande in plaats van specifiek ont­ worpen middelen. Bij bestaande middelen gaat het dan bijvoorbeeld om losse inventaris als catalogusmeubilair, standaardplafondsystemen en standaardvloer- en wandafwerkingsproducten.

1. Interieurarchitectuur
Interieurarchitectuur behelst het duurzaam aanpassen en inricht en van gebouwen aan voortdurend veranderende sociale, maatschappelijke, functionele en esthetische eisen van gebruikers (Heebels & Kloosterman, 2016). Het schaal­ en functieniveau waarop wordt geopereerd, is breed. Van de inrichting van woningen, kantoren, winkels, musea, ziekenhuizen en andere openbare gebouwen tot en met vervoersknooppunten als luchthavens en stations. Het kan hierbij gaan om het gebouw als geheel tot en met de vormgeving van interieurdetails.
In de praktijk wordt het vakgebied interieurarchitectuur soms onder­ gebracht bij architectenbureaus. Veelal zijn het echter gespecialiseerde bureaus die zich vervolgens weer richten op deelgebieden als woningen, kantoren, grootschalige publieke ruimtes, horeca, winkels of erfgoed.

1.1 Gebruikswaarde en belevingswaarde
In essentie houdt de interieurarchitect zich bezig met het in balans brengen van de gebruiks- en belevingswaarde van functies, gebouwen en de gebouwde omgeving, zonder daarbij de toekomstwaarde uit het oog te verliezen. De gebruikswaarde betreft de vertaling van de functionele eisen en wensen van de gebruiker. Aspecten als indeling, routing, zicht lijnen, licht en materialisatie spelen een rol. Ook wordt rekening gehouden met wet- en regelgeving en praktische zaken als klimaat, akoestiek, verlichting, hygiëne en onderhoud. Dit alles uiteraard in relatie tot het beschikbare realisatiebudget én de toekomstige exploitatiekosten. De belevingswaarde richt zich op de zachte kant: het gevoel van welbevinden en daarmee de kwaliteit van leven.
Het in balans brengen van deze waarden vormt een spanningsveld waar een interieurarchitect zich als geen ander in thuis voelt. Hij verplaatst zich namelijk in de persoon die uiteindelijk in de ruimte zal verblijven. Of het nu gaat om een bewoner, bezoeker, personeel of een (potentiële) klant (Spanjers, 2018). In de interieurarchitectuur vindt het ontwerp nadrukkelijk plaats vanuit de wensen én het (gewenste) gedrag van de uiteindelijke gebruiker. De interieurarchitect ontwerpt 'van binnen naar buit en', beginnend bij de gebruiker. Hij ontwerpt vanuit de belevingswaarde en alle zintuigen en stelt zichzelf voortdurend vragen als: hoe voelt iemand zich in de ruimte? Wat ervaart deze persoon? Wat is wenselijk dat deze persoon ervaart of voelt?

1.2 Omgevingspsychologie
De interieurarchitect put hierbij qua wetenschappelijke onderbouwing uit de omgevingspsychologie. Dit wetenschapsgebied bestudeert de uitwisselingen tussen mensen en de fysieke omgeving (Gifford, 2007). Deze uitwisselingen gaan twee kanten op. Terwijl ons gedrag en onze ervaring worden gestuurd door de omgeving veranderen wij deze zelf ook. Bovendien wordt onze ervaring van de omgeving bepaald door onze gemoedstoestand. Zo wordt het gedrag van bezoekers van een winkelcentrum beïnvloed door de inrichting van de ruimte. Hoe voelt de bezoeker van een winkelcentrum zich op welk moment in de winkeltrip? Hoe kunnen irritaties of dissatisfiers worden weggenomen en waar kunnen wow-momenten of delighters worden gecreëerd? Met als doel: een zo ontspannen mogelijke bezoeker die zo veel mogelijk besteedt.

Een methode hiervoor is het definiëren van domeinen die elk hun eigen vormgevingsprincipes kennen. Bijvoorbeeld het aankomstdomein met de parkeergarage van het winkelcentrum. Hoe helpt de inrichting van de ruimte om het bekende gevoel van een lichtelijk onbehagen zo veel mogelijk weg te nemen?
Antwoord: een schone parkeergarage met bij voorkeur schuin parkeren in plaats van haaks, die vellig voelt door voldoende licht op de plekken waar de voetganger loopt, met duidelijke bewegwijzering, et cetera. Zo kan het gedrag worden beïnvloed. Zonder daadwerkelijk al een ontwerp te maken, maar wel denkend vanuit de tools van een ontwerper (indeling, routing, zichtlijnen, kleur, materiaal, licht et cetera). Dit doet een interieurarchitect, als een omgevingspsycholoog, vanuit een analyse van de situatie én door zich te verplaatsen in de gebruiker.

De klantreis centraal
Bij de Nederlandse Spoorwegen wordt sinds jaren uitgebreid onderzoek gedaan naar de invloed van de omgeving op de 'reis van de klant' van deur tot deur. Dit onderzoek heeft geresulteerd in een klantwensen­ piramide van figuur 19.1 (Van Hagen et al., 20 00 ; Van Hagen, 2011). De piramide geeft de hiërarchie van kwaliteitswensen van reizigers aan en een segmentering van de klantreis. Deze wordt niet als één geheel ervaren maar bestaat uit negen verschillende reisfasen met elk hun eigen behoeften, ervaringen en emoties. Ruimtelijk vertalen deze inzichten zich naar een verschillende inrichting van domeinen zowel binnen het station, in de trein als online (Van Hagen & Van der Made, 2017).

2 Rol en werkwijze interieurarchitect
De rol en werkzaamheden van de interieurarchitect worden bepaald door de contouren van het te ontwikkelen project. Daarbij spelen bijvoorbeeld de afspraken mee die de projectontwikkelaar heeft gemaakt met de uiteindelijke eigenaar of gebruiker van het gebouw.

2.2.1 Werkzaamheden interieurarchitect
Afhankelijk van de opgave kan de interieurarchitect onderdeel zijn van een door de projectontwikkelaar aangesteld integraal ontwerpteam. Hierin komen de architect, interieurarchitect en andere technische adviseurs tot een integraal ontwerp. De interieurarchitect kan ook separaat worden ingehuurd. De demarcatie van zijn werkzaamheden kan per opgave verschillen. Van het complete interieur van bijvoorbeeld een ziekenhuis tot deelgebieden zoals de gemeen­ schappelijke ruimtes van een bedrijfsverzamelgebouw. Ook komen werkvormen voor waarin de interieurarchitect voor een deel van het gebouw werkt in opdracht van een projectontwikkelaar en voor een deel in opdracht van de uiteindelijke gebruiker. De verantwoordelijkheid kan, net als bij een architect, ver­ schillen van het ontwikkelen van alleen een concept of schetsontwerp tot en met de uitwerking en esthetische begeleiding tijdens de realisatie.
Traditioneel ligt het zwaartepunt van de werkzaamheden van de interieur­ architect als ontwerper in de haalbaarheid- en commitmentfase. Het gaat hierbij om zaken als:
- de indeling van het casco in verschillende ruimtes en hun onderlinge verbindingen;
- de vormgeving van deze verbindingen; de indeling van de ruimtes an sich;
- het bepalen van kleuren en materialen voor de afwerking en de manier waarop deze verwerkt moeten worden;
- de verlichting;
- het ontwerp van de vaste inrichting; het bepalen van de losse inrichting.

De rol van de interieurarchitect is echter niet beperkt tot alleen deze fasen. Hij is ook voorin in het ontwikkelingstraject actief en kan op veel meer schaalniveaus opereren dan sec het interieur. De interieurarchitect kan bruggen slaan tussen andere adviserende en ontwerpende disciplines. Zijn troef: denken vanuit de gebruiker.

2.2.2 Herontwikkelaar bestaand vastgoed
De herontwikkeling van bestaande gebouwen wordt een steeds belangrijker onderdeel van de projectontwikkeling. Vanuit de aard van hun werk - de invulling van een gebouw of ruimte - houden interieurarchitecten zich volop bezig met hergebruik en herbestemming.

Oud ontmoet nieuw
Een inmiddels klassiek voorbeeld van een herontwikkeling die werd aangestuurd vanuit de toekomstige gebruikers is de Van Nelle Fabriek in Rotterdam. Vanuit een sterke visie met een helder concept (Van Nelle Ontwerpfabriek) met een duidelijke doelgroep werd een herontwikkelingsplan gemaakt voor de renovatie van het monumentale complex. Bij een dergelijke opgave is van 'binnen naar buiten' denken méér dan reken­ schap geven van het toekomstig gebruik. Even zo belangrijk is de ziel van de plek. Niet alleen rekening houden met het zichtbare maar ook de historie en het karakter van de plek in ogenschouw nemen.
Interessant is dan dat een functioneel gebouw als een fabriek, ontworpen vanuit gebruikswaarde, door de tijd anders kan worden gewaardeerd. En dat een gebouw, door in dit geval bijzondere architectuur (het nieuwe bouwen) in combinatie met de oude functie, naast gebruikswaarde ook belevingswaarde krijgt.

2.2.3 Conceptontwikkelaar
Het denken vanuit nieuw gebruik en gebruikers maakt interieurarchitecten dus uitstekende conceptontwikkelaars. De herontwikkeling van de Van Nelle Fabriek als 'ontwerpfabriek' en verzamelgebouw voor creatieve bedrijvigheid en evenementen is hiervan een voorbeeld avant la lettre.

IT-testomgeving
Voor interieurarchitecten kan van binnen naar buiten werken ook een tweede betekenis hebben. Een voorbeeld hiervan is de ontwikkeling van het Schiphol Test Lab. Om de IT-dienstverlening op de lucht haven beter en sneller te implementeren (en met een lagere fout marge) wilde Schiphol een integrale testomgeving creëren voor alle IT-projecten van de luchthaven. Deze omgeving bestaat uit een serie van verschillende hardware apparatuur zoals bodyscanners of bagageafhandelingssystemen met de daaraan gekoppelde software. Vanuit een uitgebreide inventarisatie van de projecten en hun onderlinge samenhang, gebruik makend van interviews met toekomstige gebruikers en analyses van de IT-werkwijzen, is een ruimtelijk en programmatisch interieurconcept ontwikkeld voor de nieuwe testomgeving. Het exterieur werd daar ver­ volgens het gevolg van en staat ten dienste van het functioneren van de nieuwe testomgeving. Letterlijk van binnen naar buiten dus. Vorm volgt functie.

2.2.4 Strateeg
Denken vanuit gebruikers is niet alleen van toepassing bij de definitie van het programma of de ontwerpfase. Dit gebeurt vaak veel eerder. Op meer strategisch niveau - vooraan in een ontwikkelingsproces en/of los van een bepaalde gebouwde context en redenerend vanuit gebruik en gebruikers - leveren interieurarchitecten belangrijke bijdragen aan de ontwikkeling van nieuwe concepten. Denk hierbij aan werkconcepten in het kader van het nieuwe werken, zorgconcepten als healing environments, onderwijsvernieuwingen, veiligheid en toegankelijkheid van openbare gebouwen en vernieuwende winkel-, hospitality­ en leisure-omgevingen.
In het kader van nieuwe werkconcepten en bedrijfshuisvesting kan de interieurarchitect optreden als adviseur voor bijvoorbeeld een huisvestingsstrategie . Voordat ook maar een streep op een schetspapier wordt gezet, inventariseert hij zaken als de verschillende werkprocessen, hoe en waar die plaatsvinden, wat de relaties tussen verschillende afdelingen zijn en uiteraard hoe zich dit allemaal manifesteert in de ruimte. Dit is cruciale input voor de ontwikkeling van een programma van eisen.

2.2.5 Merkdenker
In het winkelvastgoed staat het 'denken vanuit de gebruiker' centraal. Oftewel: denken vanuit de klant, het personeel dat in die winkel werkt én vanuit de op­ drachtgever. Denkend vanuit zijn merk: wat zijn de ambities van het merk en hoe ziet de winkel (van binnen én buiten) eruit die maximaal bijdraagt aan het behalen van die ambities?

Merkdenken en het interieur
Voor de nieuwe Albert Heijn XL in Eindhoven speelde dit integraal merk­ denken een belangrijke rol. Het ging hier om het vormgeven van de ambitie van Albert Heijn: 'van het doen van boodschappen naar een foody winkeltrip'. Met de kennis van de psychologie van het winkelen en denken in customer journeys of klantreizen is een nieuw winkelconcept ontwikkeld. Dit is doorvertaald naar het interieurontwerp inclusief de in-store communicatie. En hoe gek het ook klinkt (maar als merkdenkers niet meer dan logisch): hierbij had de interieurarchitect supervisorschap over het exterieur.

1.3 Belang interieurarchitectuur voor projectontwikkelaar
Voorgaande schets maakt duidelijk dat de interieurarchitect een veel bredere rol heeft dan alleen het feitelijke ontwerp van een gebruiksruimte, juist door het denken vanuit gebruik en gebruikers. Deze rol wordt mede ingegeven door het toegenomen maatschappelijk belang van het interieur.

1.3.1 Gebruiksruimte belangrijker
Belangrijke thema's als beleving, wellbeing en betekenisgeving komen onder andere tot uiting in het interieur van een gebouw of functie. Ook het toenemen­ de aantal 'totaalconcepten' dat wordt ontwikkeld, duidt hierop. Gebouw, functies, doelgroep en vormgeving worden hierbij sterk in samenhang bezien en op elkaar afgestemd. In dit geheel kan het ontwerp van de gebruiksruimte een belangrijke schakel zijn.
Verder zijn er nieuwe kritische prestatie-indicatoren (KPl's) waar project­ ontwikkelaars, eigenaars en beheerders op worden afgerekend. Voorbeelden zijn de verblijfsduur in commerciële omgevingen en de productiviteit in kantoren. Certificeringsnormen als BREEAM voor duurzaamheid en de WELL Building Standard voor gezondheid en welzijn dragen hier eveneens toe bij. De uitkomst van deze KPl's wordt in toenemende mate bepaald door de gebruiks­ én belevingskwaliteit van gebruiksruimtes.

1.3.2 Toegevoegde waarde gebruiksruimte
Een projectontwikkelaar voegt vooral waarde toe als hij van tevoren goed nadenkt over het doel van het gebouw of de plek. Een mensendoel, vanuit de gebruiker. Want als de uiteindelijke gebruikers het vinden, is het pas echt een bijzondere, comfortabele of aantrekkelijke plek. Perceptie is waarheid. De interieurarchitect kan hier vanuit zijn expertise een uitstekende bijdrage aan leveren. Hij kan helpen dit mensendoel te definiëren en te vertalen naar een goed plan en daarmee dus ook in de andere fasen van het (her)ontwikkeling actief zijn. Als adviseur van de projectontwikkelaar.
Tot slot: in de projectontwikkeling wordt traditioneel veelal op kosten gestuurd en is het interieur regelmatig een sluitpost. De ervaring leert dat kostenreducties en bezuinigingen op de inrichting van een bouw vaak leiden tot verarming van nét datgene wat de plek bijzonder maakt en de belevingswaarde bepaalt: het interieur. Het credo moet daarom zijn: denk niet in kosten, maar juist in opbrengsten. Een ruimte, of het nu een kantoor, winkelgebied, museum of luchthaven is, die ruimtelijk-functioneel logisch en prettig in elkaar zit en waar mensen graag willen zijn, verdient zichzelf terug.

Nieuwsgierig geworden naar de rest van het boek?
Bestel het nieuwe Handboek Projectontwikkeling door een mail te sturen naar info@neprom.nl of direct online via Bruna. Meer informatie over het Handboek:
www.neprom.nl



journal